Reisverslag: Onvergetelijke ervaring op de sneeuwvlakte

Armand Landman

Reisverslag: Onvergetelijke ervaring op de sneeuwvlakte

De voorpret: dromen over uitgestrekte sneeuwvlaktes

De aankondigingsmail ploft op 2 oktober in mijn mailbox: eind februari 2015 gaat Versus weer naar Haugastøl, en dit keer zelfs 11 dagen! Het plan is bovendien om ergens in die 11 dagen een trekhuttentocht te ondernemen. Enthousiaster kun je mij niet krijgen. En ik weet dat kitemaatje Egil er net zo over denkt. Ik forward Daans mail, krijg per omgaande bericht terug en laat Daan binnen het half uur weten dat we (voor de derde keer) van de partij zullen zijn. Direct daarna blok ik de periode in februari 2015 alvast in de digitale huishoudagenda. En dat had ik beter niet kunnen doen…

Waar ik het gore lef vandaan haal om zonder overleg met mijn lieftallige egaa een vakantie van 11 dagen te boeken. Hoe ik het in vredesnaam durf om haar - zonder dat eerst te overleggen - 11 dagen alleen te laten met twee kinderen, de kat en een hond met ADHD… Tsja… ze heeft een punt natuurlijk. Maar hallo? Deze trip ga ik mezelf niet door de neus laten boren… Enfin, we komen eruit: ik regel opvang voor de hond en beloof dat ik voor een paar dagen gezond eten in de vriezer heb liggen.

De maanden die volgen ontvang ik regelmatig mailtjes van Daan en andere deelnemers die voor dezelfde periode hebben geboekt. Enkelen ken ik al van eerder edities. Er volgen lange lijsten met extra benodigdheden voor deze speciale huttentocht. Opvallendste gadgets: sneeuwschoenen, sneeuwanker, walkie-talkies, slaapzak, gasbrander en droogvoer.

Daarnaast probeert Daan alle deelnemers op één avond voor de trip bij elkaar te krijgen voor een informatie-avond. Dat blijkt lastig voor een groep drukbezette kiters. Veel heen en weer gemail resulteert dan toch in een datum waarop iedereen kan. Ik verheug me erop iedereen te zien. Maar, alsof de duvel ermee speelt, ik vergeet de afspraak te noteren… en kom er pas achter dat ik bij Versus in Scheveningen moet zijn als ik een half uur na de aanvangstijd een sms’je van Egil ontvang: “waar blijf je, pannenkoek?!”

Goed, ik schrijf iedereen de volgende dag een mail waarin ik me uitgebreid verontschuldig en aanbied de hele trektocht voor ze te koken. Maar de straf die Daan voor me heeft bepaald is erger: ik moet de hele tocht een slee met bagage achter me aan trekken. Eigen schuld dikke bult.

De straf bederft de feestvreugde geenszins. Ik kan niet wachten om weer terug te zijn in Noorwegen. De uitgestrekte sneeuwvlaktes, het dagenlang kiten zonder je druk te hoeven maken over whatever, het prettige gezelschap, het fijne hotel en het fantastische eten. Ik weet wat me te wachten staat, maar dat maakt de gruwelijke zin niet minder.

Wegens permanente geldpest boek ik vliegtuig en trein pas op 2 februari, iets meer dan 3 weken voor vertrek. Ik zou dat niemand aanraden omdat je zo kort van tevoren het dubbele betaald van wat je er in november voor zou hebben betaald, maar tsja, zelfstandig ondernemer zijn betekent nu eenmaal wachten op poen… De tickets zijn uiteindelijk in de pocket en dat is het belangrijkste. Op 24 februari om 6:50u vliegen we naar Oslo. Een paar uur later zitten we in de trein naar Haugastøl.

Twee weken voor vertrek dropt Egil het grootste deel van onze gear bij Versus. Die gaat met de bus naar Noorwegen. Zul je net zien dat de online bestelde sneeuwschoenen van onhandig formaat en dikke slaapzak een dag later bij me worden bezorgd. Nou ja, dan moeten die maar bij de extra bagage in het vliegtuig.

de reis

De reis: op naar Noorwegen

Egil parkeert zijn auto op maandagavond voor mijn huis. Aangezien we om 04:00u op moeten om het vliegtuig te halen en ik het dichtst bij Schiphol woon is dat ondertussen ook een terugkerend ritueel: nog even onze gear checken, een biertje drinken en dan onder de wol.

De volgende dag zijn we om 04:45 op het vliegveld. De mede-snowkiters pikken we binnen no-time uit de rij bij het inchecken. Binnen 5 minuten gaan de gesprekken alleen nog maar over kitemerken, kite-ervaringen, ideale spots, tricks die eenieder wel of juist niet beheerst. Redelijk overzichtelijk allemaal. Gelukkig hebben de andere passagiers in het vliegtuig maar een uurtje ‘last’ van ons.

In Oslo overbruggen we twee uur bij de Starbucks op het vliegveld: 25 euro voor een koffie met een gebakje, welkom in Noorwegen.

Dan een boemeltje naar het centraal station van Oslo en direct overstappen op de trein naar Bergen. Haugastøl ligt ergens halverwege het traject dwars door Noorwegen en de reis van 5 uur is adembenemend. Op mijn laptop kijk ik drie afleveringen van ‘House of cards’, maar regelmatig ben ik afgeleid door het fenomenale uitzicht: besneeuwde heuvels, bevroren meren, uitgestrekte bossen en de voor Noorwegen zo kenmerkende rode boerderijen. De trein is belachelijk comfortabel en rijdt ondanks de metershoge sneeuw stipt op tijd. Om 16:02 arriveren we in Haugastøl. De witte Versus-bus staat op de parkeerplaats en we slepen onze koffers door de verse sneeuw richting een breeduit glimlachende Daan. Nog 5 minuutjes naar het hotel.

En daar is alles nog net zo als een jaar geleden. Of beter: wéér net zo als een jaar geleden, want wie Haugastøl Turistsenter volgt op Facebook weet dat de seizoenen hier van elkaar verschillen als dag en nacht. De groene heuvels met helderblauwe meren uit de zomermaanden zijn hier van oktober tot en met mei wit, wit en nog eens wit. Binnen wacht een warm welkom van de familie Kaupang, de uitbaters van het hotel en de enige inwoners van het afgelegen Haugastøl. We richten onze slaapkamers in, halen de met de Versus-bus meegereisde bagage uit de berging en checken de weersvoorspellingen en andere wetenswaardigheden bij Daan. Dan kunnen we aan tafel: de eerste van de 11 bizar goede maaltijden die hier de komende dagen geserveerd worden. Het is iedere avond een verrassing wat de koks je voorschotelen, maar nog nooit viel het tegen. Vooral het moment dat het toetje wordt geserveerd is prachtig: de een na de andere gast maakt eerst een foto van de uiterst kunstzinnige creaties alvorens minstens twee keer op te scheppen. In de weken dat Versus in Haugastøl verblijft zijn de toetjes minstens drie keer trending op sociale media…

Moe en voldaan kruipen we voor elven onder de wol. Morgen wacht er actie!

 

Dag een: rustig inkomen

Tien minuten voordat de wekker gaat schrik ik wakker. Geen idee waar ik ben. Langzaam dringt tot me door dat het luide gepiep afkomstig is van de enorme bulldozer waarmee de Noren hier ’s-ochtends de weg sneeuwvrij maken. Aan het gekreun, het gepruttel en het genies te horen zijn de meesten van mijn kamergenoten ook wakker. Ik spring uit bed om als eerste onder de douche te kunnen.

Stipt om 8 uur zitten we aan het ontbijt, waarbij ik tijdens een hap cruesli tot mijn schrik bemerk dat er een tand loszit. Het enthousiasme om de dag die komen gaat wint het van de zorg om mijn gebit. Iedereen heeft haast met het inpakken van zijn spullen en voor ik er erg in heb zitten we in de bus op weg naar onze eerste kitespot: Ørteren. Het is een vrij uitgestrekt bevroren meer met flinke heuvels aan weerszijden. Een goede plek om er na 12 maanden weer even in te komen. Meestal is er genoeg ruimte en bij voldoende wind kun je hier prima ervaren hoe het is om met een snowboard naar bóven - dus bergop (!) - te glijden. Om vervolgens als een malloot weer naar beneden te kiten en desgewenst je eerste meters te vliegen.

Maar voor het zo ver is hoor ik tijdens de busrit een luide ‘krak’ wanneer ik met mijn tong tegen de loszittende tand duw. Het zal toch niet? Jawel: ik blijk op mijn 40ste nog een melktand te bezitten en die heeft er nu eindelijk genoeg van. Enigszins beschaamd laat ik mijn fietsenrekje aan mijn medepassagiers zien. Beste grap van die ochtend: “ze hebben hier prima Noorse Kronen…”.

Aangekomen op de spot blijkt het niet al te hard te waaien. Ik besluit een Ozone Zephyr op te pompen. Een goede keus, zo blijkt wanneer ik anderen uit de groep zie klooien met 10 en 12 meter kites. Ik verlies ze al snel uit het oog wanneer ik koers zet richting de heuvels aan de overkant van het meer.

Terwijl ik tegen de bergjes op omhoog zigzag merk ik dat de wind aantrekt. “Oh ja”, denk ik. “Dat meer ligt in een dal en hierboven waait het dus meestal een paar knopen harder.” Een van de belangrijkste verschillen tussen snowkiten en kiten op het water. Maar het blijkt niet alleen het hoogteverschil te zijn. Uit voorgaande jaren weet ik nog dat de wind hier op de hoogvlakte van de Hardangervidda een ‘aan-‘ en een ‘uitknop’ lijkt te hebben. En dat de lokale weergod hier op sommige dagen aan een traploos verstelbare windschakelaar kan draaien. Zo ook vandaag. Want terwijl ik naar beneden zoef, voel ik hoe ik met mijn 17 meter steeds meer overpowered raak. Met de grootste moeite weet ik - terwijl ik als een dolle hoogte verlies - de bus te bereiken. Ik zweet als een otter en sta flink na te hijgen als ik mijn kite netjes heb neergelaten. Ik kijk om me heen en zie alle anderen heerlijk hun rakjes trekken met hun kleinere kites. Ik besef dat ik zometeen weer een kite sta op te pompen. Maar eerst een boterham.

dag1

De rest van de dag blijft het redelijk waaien. Ik heb de Zephyr verruild voor een 10 meter Bandit 7 en daarmee ben ik uren zoet. Regelmatig spot ik de andere leden van de Versus-groep - naast Egil en mezelf bestaande uit Marjon, Tilman, Jochem, Stan, Kevin en reisleider Daan - en iedereen lijkt zich kostelijk te vermaken. We kiten een heel stuk downwind naar de uithoek van het meer. Hier ligt meer poedersneeuw en dat leent zich uitstekend voor allerlei capriolen. Tegen een uur of vier ’s middags lijkt de wind weer te gaan liggen. Ik zie dat de meesten van ons zijn begonnen aan de terugtocht naar de parkeerplaats en sluit aan. Prima dag om na 12 maanden het gevoel weer terug te krijgen.

Terug in het hotel wacht een biertje, de sauna en de kookkunsten van Liv Kaupang. Toetje: kersentaart!

Terug in ons appartement merk ik dat een hele dag kiten je niet in de koude kleren gaan zitten. Om eerlijk te zijn kan ik geen pap meer zeggen. Ik probeer nog een aflevering van ‘House of Cards’ te kijken maar merk dat mijn ogen de hele tijd dichtvallen. Nog voor tienen doe ik het licht uit. 


Dag twee: de windknop gaat naar een hoger standje

De achteruitrijdende bulldozer met zijn rammelende sneeuwkettingen blijkt een betere wekker dan mijn iPhone. Maar opstaan is een heel ander verhaal. Ik ben zo stijf als de bedbodem waar ik op lig en het lukt me niet om als eerste van de groep de douche te bereiken. En zo te ruiken ben ik ook niet de eerste die van het toilet gebruik wil maken. Gelukkig weet ik dat er helemaal beneden in het hotel ook toiletten zijn. Daar is het ’s-ochtends minder druk en kun je op je gemak wakker worden.

Ondanks de enorme maaltijd van gisteravond heb ik honger: het kan niet anders of snowkiten kost bakken vol energie. Ik ontbijt dus flink en smeer een hele stapel boterhammen voor onderweg.

We vertrekken rond tienen naar dezelfde spot als gisteren. De wind is vandaag minder goed dan gisteren, zo zeggen de voorspellingen. Toch willen we zoveel mogelijk meters pakken, want over een paar dagen kon het wel eens helemaal windstil worden en voor een rustdag is het veel te vroeg. Zodra Daan de bus heeft geparkeerd merken we dat niet allee de wind vandaag te wensen overlaat, maar dat het zicht ook niet optimaal is. Verspreid over het meer liggen verschillende kiters te wachten op betere omstandigheden. Enkelen van onze groep blijven in de bus, want buiten niets doen is best koud.

Na een redelijk vruchteloos uurtje gaat de windknop langzaam op een hoger standje. Her en der hoor je de kites op het meer klapperen in de sneeuw. Met de wind neemt ook het zicht toe en binnen no time wordt het uitzicht bepaald door steeds meer kites.

De meesten van ons vermaken zich, maar iedereen in deze groep weet dat het beter, harder, hoger en spectaculairder kan dan vandaag. Om een uur of vier houden we het voor gezien. Ook omdat het zicht ondertussen is afgenomen tot minder dan 50 meter. We moeten wachten op een sneeuwschuiver en rijden in colonne terug naar het hotel.

Daar wacht hetzelfde ritueel als de meeste andere dagen: bier, sauna, bunkeren, boekje lezen of een filmpje kijken en tegen 22u gaat bij de meesten het lichtje uit. 

3


Dag drie & vier: racen door de metershoge poedersneeuw

De twee dagen geleden voorspelde windstilte blijft uit. Sterker nog, het lijkt iedere dag ietsje harder te gaan waaien. Wel kan de wind soms zomaar opeens een uur of langer compleet wegvallen. We proberen  ’s ochtends de weg dwars door de Hardangervidda verder af te rijden naar Dyranut, maar daar is amper wind. Nadeel van het feit dat wind hier in de loop van de dag iedere keer aantrekt is dat de weg iedere middag onbegaanbaar is en we moeten aansluiten bij een konvooi. En dat betekent klaar staan zodra de vrachtwagens het sein geven dat ze gaan rijden. De omstandigheden zijn bovendien te onzeker om langere tochten te maken. We blijven dus twee dagen in en om Ørteren onze rakjes trekken. We verzinnen wel steeds uitdagender manieren om onze capriolen op foto en video vast te leggen.

In de middag van de vierde dag besluit Daan toch dat we aan andere kant van de weg het gebied intrekken. Opkruisend tegen een berghelling merk ik dat de wind een stuk steviger is zodra je hoger op de berg komt. De rest is sneller dan ik en uiteindelijk verlies ik ze uit het oog omdat ze over de heuvel heen kiten. Het zicht is hier door de opstuivende sneeuw behoorlijk slecht en ik besluit terug te keren naar de bus.

Maar dan zie ik opeens de kite van Jochem boven de bergtop heen en weer loopen. Ik bedenk me dat het makkelijker is om de berg aan de andere kant te ronden en sluit me bij Jochem aan. Heel in de verte zien we de stipjes van de kites van de rest van de groep. We spreken af het op een racen te zetten om ze in te halen. Als een speer vliegen we vervolgens door een vallei met metershoge poedersneeuw. Alleen het geruis van de wind. Alsof je vliegt. Er is maar heel weinig in de wereld dat dit gevoel evenaart. De glimlach van oor tot oor is niet van mijn gezicht af te slaan!

Maar Jochem gebaart dat hij teveel overpowered is. Een iets te grote kite gekozen en de wind aan deze kant van de berg is een stuk harder. Alleen kiten in dit uitgestrekte gebied is niet heel verstandig en dus draaien we samen om. Het kost ons bijna een uur om terug te zigzaggen. De rest van de groep arriveert een half uur later, ook zij hadden besloten dat het verstandiger was om terug te keren naar de bus.

Op de parkeerplaats vermaken we ons tot de sneeuwschuivers arriveren met een lemming die door de hoge sneeuwwallen niet van de weg af komt en zenuwachtig heen en weer rent. In doodsangst lukt het beestje uiteindelijk een gaatje in de metershoge sneeuwmuur te vinden.

Op het menu staat pizza vanavond! Daarna nog een filmpje in ons appartement. Wie er op het onzalige idee kwam om ’Touching the Void’ te kijken is onbekend. Wel dat de film later deze trip nog een ‘ijzingwekkend’ vervolg zou krijgen.

 

Dag vijf: hippe sneeuwschoenen en chocoladetaart

Daan kondigt tijdens het ontbijt aan dat hij vandaag een rustdag inlast. Vanwege het feit dat wij de derde Versusgroep zijn, heeft hij al meer dan 10 dagen niets anders gedaan dan snowkiten. De rest van de groep besluit naar Ustaoset te rijden, zo’n twintig minuten de Hardangervidda uit. De weg door het uitgestrekte natuurgebied waar we dagelijks kiten is vanochtend namelijk dicht. Verse nieuwe sneeuw in combinatie met de harde wind maken het veel te gevaarlijk om er met de auto te rijden. Sneeuwschuivers en bulldozers zijn waarschijnlijk de halve dag bezig om de weg weer begaanbaar te maken. Maar we hebben goede hoop dat we op het dichtgevroren meer bij Ustaoset ook goed uit de voeten kunnen vandaag.

Terwijl we onze spullen uit de bus halen klaart het op. We binden kites van verschillende maten op een bij een vuilnisbak achtergelaten sleetje en op onze snowboards. Om bij het meer te komen moeten we eerst een minuut of twintig bepakt en bezakt door de sneeuw wandelen. Daar word je in ieder geval lekker warm van.

Op het meer blijken de omstandigheden niet al te ideaal: de harde wind heeft van het ijs een soort kartelrand gemaakt waardoor glijden eerder hard stuiteren is. Met hoge snelheid niet echt lekker voor de bovenbenen. Maar de plek is fabelachtig mooi. Kruiend ijs heeft voor bizarre schotsformaties gezorgd, achter een heuveltop, uit de wind en in de zon, is het voortreffelijk lunchen en rond de middag draait de wind zodanig dat we in een hoek van het meer, daar waar alle poedersneeuw zich heeft verzameld, lekker op onze sprongen kunnen oefenen.

Later in de middag besluit ik de meegebrachte sneeuwschoenen uit te proberen. Daan had ze verplicht omdat, wanneer je door windstilte of materiaalpech ergens strandt, je op gewone snowboardschoenen onmogelijk vooruitkomt: bij iedere stap zak je tot aan je heupen in de sneeuw. Op ski’s heb je daar geen last van omdat je met loopvellen toch nog behoorlijk snel vooruit komt.

Het is een aparte ervaring: de sneeuwschoenen die Egil en ik online hebben uitgezocht hebben lange ijsvorken aan de voorkant die het mogelijk maken om een bevroren helling van 60 graden zonder moeite op te wandelen. Ik vermaak me zeker twee uur kostelijk met de apparaten. Ik kan niet wachten op de huttentocht en stiekem hoop ik dan ook op een paar windstille uurtjes.

In het hotel wacht chocoladetaart.

 

Dag zes: op dagtocht, iedere richting is wit

Opwinding aan de ontbijttafel. Daan heeft besloten dat we vandaag een lange tocht gaan maken naar een bemande hut: Tuva. In tegenstelling tot de andere trekkershut hier in de omgeving is die wel open. Wegens de toch wel behoorlijk onvoorspelbare weersomstandigheden tijdens ons verblijf tot nu toe - “the wheather here can change faster than you can say ‘where did those clouds come from?’” - hebben we ons er bij neer gelegd dat de meerdaagsetocht er waarschijnlijk niet gaat komen. Te onverantwoord en bovendien blijken niet alle hutten open te zijn.

Voordat we op pad gaan wil ik echter mijn snowboard waxen. Van Bjørn Kaupang, snowkitekampioen en met zijn ouders eigenaar van het hotel, mag ik beneden in de kelder, daar waar ook de tractor geparkeerd staat mijn board wel waxen. Ik vind er een paar handige houten balken waar ik mijn board op kan leggen en laat met behulp van mijn meegebrachte oude strijkijzer de warme wax op mijn board druppelen.  Ook Egil smeert zijn snowboard flink in. Al vraag ik me af of dat met zijn exemplaar nog zin heeft: het dateert volgens mij uit 1993, is gebutst en beschadigd, hangt op sommige plekken met purschuim en duct tape aan elkaar. Maar zo is Egil: niets weggooien dat nog functioneert of dat je zelf op de een of andere manier kunt fixen. Je moet zijn zelf geknoopte kitebar eens zien… Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Rond tien uur rijden we de Hardangervidda weer in. Ik ben een beetje zenuwachtig omdat Daan ons heeft aangeraden voor deze tocht een Flysurfer Speed te gebruiken. En daar heb ik nul ervaring mee.

Van Jochem en Kevin krijg ik op de vertrekspot de nodige uitleg over het uitrollen en oplaten. Kan niet al te moeilijk zijn.

Ik kite een paar keer heen en weer op een vlak stuk en merk dat het een heerlijke relaxte kite is. Binnen een half uur is iedereen up en running en volgen we Daan die de gps-coördinaten van de hut heeft opgeslagen. Wat dan volgt is eigenlijk met geen pen (of toetsenbord) te beschrijven. Dit is het derde seizoen dat ik hier ben, maar nog nooit waren de omstandigheden zo goed als vandaag: een bries van 15 knopen, poedersneeuw zo ver als je kunt kijken, een strakblauwe hemel en strak afgetekend tegen die hemel acht Flysurfers. We vliegen geluidloos over de vlakte. De harde oerkreten daargelaten. Want tering, wat is dit gaaf! Bovenop een heuvel blijf ik even in de sneeuw zitten om het schouwspel gade te slaan. Het lijkt wel een reclamefilm: niet te bevatten zo mooi.

Nadeel van het volgen van reisleider Daan is dat je zelf al snel geen idee meer hebt welke kant je op gaat. Iedere richting is wit, een strand of vuurtoren als herkenningspunt is nergens te bekennen en de stand van de zon zegt me vandaag ook erg weinig. Als ik hier alleen zou zijn zou ik hopeloos verdwalen, dat staat wel vast.

Niet aan denken! Gewoon de groep blijven volgen en niet te veel afwijken.

Met een gangetje van ongeveer 35 à kilometer per uur doorkruisen we het gebied. Opeens zie ik een door lange in de sneeuw gestoken takken gemarkeerd langlaufpad. En sneeuwscootersporen. En dan, opeens, een half uit de sneeuw stekend dak. We zijn er.

We parkeren onze kites en gaan de hut binnen. De warmte van de houtkachel slaat als een klamme deken in je gezicht. Ik merk dat ik drijfnat ben van het zweet. We laten ons de warme chocomel en de versgebakken wafels goed smaken, drogen onze jassen en handschoenen bij de kachel en stappen na een uurtje weer op. De terugtocht wordt lastiger, zo voorspelt Daan, want we moeten de hele weg opkruisen.

Eenmaal buiten blijken de weergoden er weer eens een potje van gemaakt te hebben. De zon is weg, het sneeuwt zachtjes, het zicht is dus belabberd en de wind lijkt licht gedraaid. En behoorlijk in sterkte afgenomen.

De terugtocht is dus hard werken. Helemaal voor Egil, zo blijkt al snel. Want met dat ouwe snowboard blijkt het bijna onmogelijk om hoogte te houden. We zien hem steeds verder achterop raken. Wanneer de wind plotseling even helemaal wegvalt zitten we precies tussen een formatie willekeurig neergekwakte zwerfkeien. Ik weet mijn vlieger precies tussen twee enorme rotsblokken te landen en haak daarna uit om de lijnen weg te halen bij al dat scherps. Terwijl ik tegen een rotsblok sta te plassen zie ik in de verte dat Egil de moed heeft opgegeven. Ik zie hoe hij zijn kite opvouwt en zijn sneeuwschoenen aantrekt. Daan schreeuwt dat hij het langlaufpad moet volgen. Nog een kilometer of tien tot de parkeerplaats.

Dat laatste doet me besluiten toch nog maar even de wind af te wachten. Tien kilometer door de sneeuw betekent zeker drie uur lopen.

Ik eet een boterham en zie dat de rest van de groep ook wacht op een beetje meer wind. Na een half uurtje zie ik dat Daan zijn kite al loopend in de lucht weet te houden. Mijn skills zijn een stuk minder  goed, dus ik wacht nog even. Na een minuut of tien steekt er weer een zacht briesje op. De 15 meter Flysurfer heeft niet meer nodig. Uiterst relaxed cruise ik achter de rest van de groep aan. Egil zie ik nergens meer.

Uiteindelijk heb ik door waar we zijn. In de verte zie ik de weg als een zwarte slang door de heuvels kronkelen. Dan kan de parkeerplaats  niet ver meer zijn. Ik zie dat de snelsten van ons links aanhouden. De vliegers van Daan en Kevin zie ik echter rechts de berg op kruisen. Dat lijkt mij ook een stuk uitdagender en ik koers erachter aan. Maar waar ik geen rekening mee had gehouden is dat de wind aan de voet van deze heuvel zo goed als wegvalt. Dat was de reden dat de rest van de groep links hield. Boven komen lukt alleen met de Flysurfer in een constante loop. Met een uiterste krachtsinspanning lukt dat me. Bijna boven hoor ik opeens Daan schreeuwen: “Armand, niet hier! Terug! Terug!”

Ik begrijp niet wat hij bedoelt. Hij en Kevin zijn daar toch ook? Ik stuur mijn kite nog een stukje naar boven en snap dan opeens wel wat Daan bedoelt.

Maar fuck! Mijn kite trekt me juist verder naar boven. Steeds sneller bovendien. Ik besef wat er de hand is. De vlieger steekt nu boven de bergtop uit. En wat doet het daar, uit de luwte? Juist! Waaien, Sherlock… In mijn ooghoek zie ik bovendien iets wat me nog meer beangstigt dan de harde wind hier: rotsblokken. En niet van die kleintjes ook. Aan de noodrem trekken en je kite crashen is dus ook geen optie. Dan is alles stuk. Ik stuur de kite dus vol de andere kant op.

En voel meteen hoe ik loskom. En niet zo’n beetje ook. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik schreeuw.

En land vervolgens supersmooth in de poeder. De Flysurfer bevindt zich weer enigszins in de luwte en ik heb hem weer in bedwang. Met een rotgang board ik van de berg af, richting de vlakte. Eenmaal beneden sta ik te trillen op mijn benen. Voor een minuutje dan, want daarna wil ik weer omhoog!

Dit keer ga ik iets minder hoog, maar de noodgang waarmee ik bergaf kite is zo mogelijk nog groter. Dit is echt te gek!

Terwijl ik de rest van de groep om de berg heen zie gaan naar de parkeerplaats blijf ik hier nog even spelen. Egil hoeven we voorlopig immers niet terug te verwachten.

Na een tijdje zie ik in de verte een Flysurfer boven de heuvels uit komen. Even denk ik dat het Egil is, maar na een tijdje verdwijnt het ding uit zicht. Ik kite er een stuk naar toe en zie later dat het Marjon is. Ze zit in de sneeuw, de kite is in een wokkel gedraaid. Waar ze hem overigens bijna uit heeft. Ik help haar met het laatste stuk en hoor haar dan zeggen dat ze haar iPhone kwijt is, en een extra jas, en haar portemonnee met alles erin…

Die zaten in haar rugzak maar de rits is tijdens het kiten open gegaan. Ik bedenk me dat ze naar haar spullen kan fluiten. Zelfs met ‘zoek mijn IPhone’ is dat in een gebied als het deze zoeken naar een speld in een hooiberg. Marjon vloekt een keer hard en samen surfen we terug naar de parkeerplaats.

Daan blijkt ondertussen een stuk terug gekite te zijn om Egil te zoeken. De wind is ondertussen hard genoeg om weer terug te kiten. Tilman besluit mijn - grotere - kite over te nemen en een stuk terug te gaan om naar Marjon haar spullen te zoeken. Hij denkt zich een plek te herinneren waar hij iets zag dat op een jas leek. Hij is op ski’s en daardoor vele malen sneller en wendbaarder dan op een snowboard.

De drie keren gezamenlijk terug. Egil hangt met een leash achter Daan, Tilman houdt juichend de verloren jas in de lucht: met IPhone en portemonnee in een van de zakken.

Uitgeput maar oh zo voldaan rijden we terug naar Haugastøl. De zon is bijna onder. We zijn maar net op tijd voor het eten.

 

vliegen

Dag zeven: vliegen tijdens zonsondergang

“Wie is die asshole die hier gisteren zijn board gewaxt heeft?” De oude Kaupang staat briesend naast de ontbijttafel. Ik kijk hem nog enigszins slaperig aan en steek mijn vinger op. “Dat was duur hout vriend! Kan ik allemaal weggooien! Kun je niet uit je doppen kijken? Zo ga je niet andermans spullen om!”

Damn, die is echt pissig. Ik bedenk me schuldbewust dat er waarschijnlijk wax op die handige houten balken gelekt moet zijn. En snap nu dat die balken daar lagen omdat ze elders in het hotel aan het verbouwen zijn. Beetje dom en onvoorzichtig van me. Ik bied mijn excuses aan. Het lijkt er niet op dat hij die al te gemakkelijk accepteert. Ik maak me maar even uit de voeten.

Net als veel voorgaande dagen zijn de weersvoorspellingen niet eenduidig. Het is zonnig. Niet te koud. Maar de wind lijkt matig. Kevin is er van overtuigd dat we bij Dyranut kunnen kiten. En aangezien we daar deze week nog niet geweest zijn rijden we naar de plek waar ik twee jaar geleden besmet werd met het snowkitevirus. Ik heb goede herinneringen aan deze spot, maar jammer genoeg blijkt zodra we uit de bus stappen dat het nog geen 4 knopen waait. We twijfelen nog even of we hier blijven wachten op betere tijden maar besluiten toch een stukje terug te rijden. Bij Lægreid zien we ander kiters. Vanaf deze plek kun je in principe ook leuke tochten maken. Even het meer over en dan de bergen in. Maar vooralsnog blijft het een beetje aanklooien. Pas na de lunch is er genoeg wind om ons over de eerste heuvels te trekken, al _looped_ Daan zich al de hele ochtend met zijn 9 meter Ozone Edge schijnbaar moeiteloos bergop. Maar goed, wij zijn nu eenmaal mindere goden.

Achter de eerste bergjes blijkt het poederwalhalla te liggen. De wind heeft hier metershoge poederbanken opgeworpen, soms lijken er natuurlijke half-pipes tegen een bergwand aangesmeten. Het is de ideale speelplaats voor een dag met wat minder wind. We richten een dal in met GoPro’s in alle hoeken voor een middagje gekke bekken trekken naar de camera.

Toch zijn we het na een tijdje zat. Misschien door de vette ervaring van gisteren is dit toch een beetje klein bier. Terug bij de bus besluiten Kevin, Stan en ondergetekende naar de hoge bergtop aan de andere kant van de weg te klimmen. Kevin is een geoefend parapente-vlieger en wil van de berg naar beneden vliegen. Stan en ik willen de berg gebruiken als snowboardpiste en een paar eerste sporen trekken. We gespen onze sneeuwschoenen aan en beginnen aan de klim van ongeveer 45 minuten steil omhoog.

klimmen

Boven is het uitzicht adembenemend. De zon gaat al onder en de omgeving kleur een soort van oranje/roze. De rest va de groep is met de bus al een stukje teruggereden en wacht aan de andere kant van de berg op ons. Kevin heeft zijn parapente uitgerold en neemt als eerste een aanloop. Om vervolgens in een prachtige glijvlucht langzaam richting de weg te vliegen. Stan board er al filmend onderdoor. Ik geniet nog even van het uitzicht en volg dan ook. Jammer genoeg is de poedersneeuw hier keihard aangevroren en het krassen van het snowboard op de ijslaag doorbreekt de stilte. Bij de bus blijkt de rest verkleumd op ons wachten. In het donker rijden we terug.

In het hotel biedt ik nogmaals mijn excuses aan voor mijn wax-actie. De oude Kaupang blijkt vanavond in een beter humeur. Hij wil niets weten van het vergoeden van het hout. Maar waxen mag vanaf nu alleen nog buiten. “Maar niet op het balkon,” waarschuwt hij dreigend. Message clear.

 

Dag acht: spannend momentje..

Ik wandel met een 10 meter Bandit op mijn rug richting het midden van het meer. Aan de rand is het te druk naar mijn zin. Uit de headphones onder mijn helm klinkt Dr Dre. Opeens hoor ik gekraak. Daarna voel ik hoe ik naar beneden val. Niet ver, want de rugzak van mijn kite houdt me tegen.

Dit is behoorlijk oncomfortabel denk ik, terwijl mijn voeten in het niets bungelen. Ik zit vast in een spleet in het ijs!

Na wat geworstel weet ik me met mijn ellebogen uit de spleet te duwen. Ik klim over het randje en kijk waar ik ben ingevallen: door het kruiende ijs is er een metersdiepe scheur in het ijs ontstaan. Daarover is sneeuw gevallen waardoor de geul aan het zicht is onttrokken. Ik zie de film van een paar dagen geleden weer voor me. Niet dat deze spleet zo diep is, maar ik had vrij gemakkelijk mijn benen kunnen breken. “Kijken waar je loopt, sukkel”, zeg ik tegen mezelf. Daarna maak ik een paar dramatische selfies: half hangend in de spleet. Leuk voor het thuisfront!

Vandaag zou toch al een fotodag worden. We keren terug naar het bizarre natuurlijke snowpark waar we gisteren al zoveel lol hadden. Ik heb mijn telelens vanochtend goed ingepakt om van iedereen een paar goede foto’s te kunnen maken. Dat zet sommigen van ons aan tot steeds gedurfdere acties. Op volle snelheid blijk je bijna horizontaal een kuipbocht tegen een heuveltop te kunnen nemen. Om aan het einde van de bocht over het randje te springen en aan de achterkant verder te racen. Ik leer iedere dag iets nieuws hier en tijd om de geplande tochten te missen hebben we niet. Het is al acht dagen volle bak kiten en zo langzamerhand begint mijn lijf toch wel naar een rustdag te verlangen. Maar daar waar de voorspellingen een week eerder nog uitgingen van volstrekt windstille dagen halverwege deze vakantie hebben we iedere dag aan de vlieger kunnen hangen.

De zon zakt ondertussen alweer en de meesten van ons zetten koers richting de bus. Ik pak mijn camera in mijn rugzak, laat mijn kite weer op en kom er dan achter dat de wind praktisch weg is. Ik weet mezelf nog net naar een hoger punt te loopen, maar val dan volledig stil. Heel in de verte zie ik de kites van de rest uit de lucht vallen. Maar zij zijn al op het meer en op maximaal 5 minuten lopen van de auto, voor mij is het zeker een half uur. Als ik tenminste mijn sneeuwschoenen had meegenomen…

Zuchtend laat ik mijn Bandit leeglopen en rol hem op. Ik gesp hem bovenop mijn rugzak en begin te wandelen. Daan heeft gezien dat ik onderweg ben dus ik ben niet bang dat ze zonder mij zullen vertrekken. Maar schijt! Wat is dit werken. Ik zak regelmatig tot mijn heupen in de sneeuw. Leg sommige stukken op mijn knieën af om dan weer een klein stuk zittend op mijn snowboard te sleeën. Koud krijg je het in iedere geval niet op deze manier.

Na een minuut of 40 bereik het einde van het plateau waar we overheen gekite waren. In de verte zie ik de rest bij de bus naar me zwaaien. Ik hijg wat uit, stap dan in de bindingen van mijn board en spring over het randje. Ik haal de overkant van het meer net niet glijdend. Uitgeput stap ik in de bus.

 

Dag negen: een mooie afsluiter

Ik stap krakend uit mijn bed. Laatste dag kiten vandaag. Rustdagen zijn voor mietjes! Ondanks het fantastische ontbijt dat hier dagelijks wordt geserveerd verlang ik zo langzamerhand ook weer naar een hele simpele boterham met pindakaas. En mijn eigen bed. Nog even doorbijten.

Niet iedereen denkt er zo over. Tilman en Marjon vinden het zo langzamerhand wel leuk geweest en blijven een dagje thuis. De rest wil het vandaag niet te wild doen. We zijn al acht dagen heel gebleven en niemand wil op de laatste dag brokken maken. We besluiten een klein tochtje te maken vanaf de plek waar we gisteren zo leuk gespeeld hebben.

De wind is vlagerig vandaag. Het zicht redelijk. De zon laat zich weinig zien. Ik raak wat achterop omdat ik minder goede sporen kies dan de rest van groep. Ik merk dat ik moe ben. Ik crash mijn kite een paar keer hard tussen de rotsen en bid voor mijn lijnen. Ze houden het gelukkig tot het eindpunt. Maar terug op het meer en in het zicht van de auto zie ik een witte streep dwars over mijn rode kite. Een witte streep die daar eerst nog niet zat… Toch een scheur in het doek. Ik glimlach vermoeid: ach, das een leuke klus voor Kitecare…

 

De terugreis: met de trein

Gisteravond hebben we de kites te drogen gezet in de kelder. Onze trein vertrekt vandaag om 10:42u. Ruim voldoende tijd om alles op te ruimen, tassen in te pakken en een deel in de berging in de kelder op te bergen. We nemen afscheid van de familie Kaupang en laten ons naar Ustaoset brengen. Daar arriveert de trein net als altijd, sneeuw of geen sneeuw, exact op tijd.